verhalen

VERHALEN – korte, meest grappige verhalen, over toen en nu

door Jan Kortland

ik51-150 pindakaas150 street150 tandem150

line-2

Mijn schoonouders en de ouwe

Mijn schoonouders woonden in, naar wat ik altijd noemde, een poppenhuisje. Het was een kleine galerijwoning op de eerste verdieping. Ondanks dat de woning klein was, hebben ze daar hun twee dochters opgevoed en grootgebracht. In die tijd was de woning voor hen ook groot genoeg, vonden zij.
Eén van deze dochters, dat zal de lezer wel begrijpen, is al weer vele jaren mijn vrouw.

Al vroeg in hun huwelijk was hij er. Het was een stille vennoot die een klein optrekje had naast de keuken. Toen de kinderen nog klein waren was hij een genode gast, hij hielp als het ware mee in het draaiend houden van het huisgezin. Hij zorgde er voor dat iedereen netjes het huis verliet, als men naar school en kantoor ging. Maar de kinderen werden groot en na elkaar verlieten ze het warme nest, waar het al die jaren goed toeven was geweest.
Hij was nu niet meer zo vaak nodig als in die beginperiode, maar hij bleef zijn mannetje staan en heeft mijn beide schoonouders nooit teleurgesteld. Hij was beslist ook niet veeleisend. Zo eens per jaar trok hij een nieuwe outfit aan, en dan hij zag er weer onberispelijk en keurig uit.
De jaren gingen voorbij en dat was hem ook niet onopgemerkt gebleven. Zo eens per week gleed er een warme hand over zijn al wat oudere rug, hetgeen hij heel plezierig vond. Hij werd wat wiebeliger in de benen, hoewel hij in de gewrichten toch nog erg soepel bleef. Maar toch, hij werd te oud. Jawel de oudjes doen het nog best, maar naar al die jaren…

Mijn schoonouders hadden het er beslist niet makkelijk mee. Je kan hem toch niet zomaar op straat zetten, zei mijn schoonmoeder. Hem zomaar weg doen zonder te weten dat hij ergens een goed onderkomen heeft gevonden, nee dat doet een beschaafd mens niet, sprak mijn schoonvader. Hij heeft recht dat hij zijn laatste jaren in een rustige omgeving kan doorbrengen.
Na vele onrustige nachten van overpeinzing kwamen ze er maar niet uit, wat moesten ze toch met die ouwe aan. Misschien dat onze schoonzoon Jan iets weet, zeiden ze radeloos. En dan moet je wel radeloos zijn natuurlijk. Aangezien ik op dit gebied niet zo emotioneel ben aan gelegd, wist ik wel een oplossing naar ieders tevredenheid. Nadat ik een telefoontje gepleegd had, belde ik mijn schoonvader op met de mededeling dat ik een adresje voor hem had gevonden, maar ze moesten hem er zelf naar toe brengen. Ze hebben dat dan maar gedaan.
Met een traan in hun ogen namen zij afscheid van die kranige ouwe die, en dat mag je wel stellen, uit het goede hout gesneden was. Enkele dagen later stond er bij mijn schoonouders thuis weer één. Hij was jong en krachtig. Het was er zo één die sterk op zijn poten stond. Een prachtige in wit gespoten stalen jongen; de nieuwe strijkplank.


plank


Voor ik het vergeet te vertellen, de oude houten strijkplank maakt momenteel onderdeel uit van de collectie van het Historisch Museum in Zoetermeer.

 

line-2

New York

New York City ofwel the Big Apple, wie kent die stad niet? Een stad met ruim 7 miljoen inwoners.
In 1626 kocht Peter Minuit het eiland Manhattan van de Indianen en betaalde ze met snuisterijen ter waarde van 60 gulden. Een paar jaar later kreeg het de naam Nieuw Amsterdam.
Vanaf 1656 werd de naam veranderd in New York door de Engelsen toen die Nieuw Amsterdam op de Hollanders veroverde.
De vrede werd getekend in de Nederlandse plaats Breukelen, waar Brooklyn naar vernoemd is.
Een stad die we tegenwoordig kennen van het World Trade Center*, Wall Street, het Guggenheim Museum en the majestic Statue of Liberty.

Wie kent het niet, Broadway met zijn theaters, New York telt maar liefst 4500 theaters.
En wat denk je van de Verenigde Naties en de stad herbergt nog veel meer internationale organisaties.
Het Chelsea Hotel (1883) waar vele bekende kunstenaars, artiesten en schrijvers wonen en gewoond hebben, denk hierbij aan Mark Twain, Arthur Miller en Andy Warhol.
street

De vele parken, zoals het Central Park, en daar zijn we weer, het Van Cortlandt Park.
In dergelijke parken, die in de buitenwijken gesitueerd zijn, wordt veel sport bedreven, zoals baseball, football en tennis, op Flushing Meadow, het National Tennis Center.

Maar het meest bekend van de stad zijn de skyscrapers, waarvan de Chrysler Building, 77 etages en 313 meter hoog en het Empire State Building, 102 etages en 448 meter hoog, er enkele van zijn.
Wat ook kenmerkend is op Manhattan is de stoom wat uit het asfalt lijkt op te stijgen. Een soort stadsverwarming “to powering the buildings, for air conditioning and heating systems”.
Zou deze wereldstad er zijn door toedoen van een tak van de familie Kortland? Waarschijnlijk niet, toch vind je in New York sporen terug van de Cortlandt family.
Een aardige collega van Inge, Peter-John, die laatst met zijn vrouw Dana in The Big Apple was, heeft wat voor ons rondgekeken en vond enkele sporen terug, getuige een paar foto’s die hij tijdens zijn verblijf aldaar voor ons gemaakt heeft.

news

*Manhattan financial district 11 september 2001. Het World Trade Center, ook wel de Twin Towers genoemd, is niet meer. Om 08:48 crasht een gekaapte Boeing 767 van American Airlines, vlucht 11, de noordelijke WTC-toren . Vijftien minuten later, het is dan 09:03, crasht een eveneens gekaapte Boeing, ook een 767, van United Airlines, vlucht 175, de zuidelijke WTC-toren. Ongeveer een uur later om 10:05 stort de zuidelijke WTC-toren in. Het zelfde gebeurd om 10:28 met de noordelijke toren. Ruim vijfduizend mensen, zowel diegenen die in de twee gekaapte toestellen zaten, als zij in de twee gebouwen werkten verliezen met deze terroristische aanslag het leven.
De naast het WTC gelegen Cortlandt Street (zie foto) is getuige van deze lafhartige daad en ligt vol puin. De straat is de straat niet meer, New York is New York niet meer, de wereld is sinds 11 september 2001 voor altijd veranderd.

line-2

De tandem

Zoals de trouwe lezer van wel van mij gewend is, weer een verhaal over de jaren 50.
Niet omdat deze tijd zo plezierig was, het was een saaie en een heel brave tijd, dus als er toen iets leuks gebeurde, vergeet je dat je hele leven niet. Zo ook het verhaal over de tandem.

Nederland was bezig met de wederopbouw.
Zo goed als de meeste van ons het nu hebben, hadden we het in die jaren dus niet. Toen was het een tijd dat ieder dubbeltje moest worden omgedraaid, met andere woorden we hadden het toen, wat men noemt, niet breed.
Slechts een enkeling was in het bezit van een auto.
Wij niet, wij hadden een tandem, omdat mijn moeder in dat “drukke verkeer” niet alleen durfde te fietsen.
Ik had nog geen fiets, daar was ik nog te klein voor, maar mijn beide broers, Joop en Dirk, wel. Ik mocht dus bij mijn ouders achterop, iets wat ik nou niet zo erg geslaagd vond.
Je had van die kinderen die ons dan zagen fietsen, die in lachen uitbarsten en hun ouders riepen met de mededeling: “kijk eens mamma een tweelingfiets”. Ik kon dat niet zo waarderen en ik schaamde me ook wel een beetje om mijn moeder.
Waarom was zij toch niet zoals die andere moeders, die wel alleen durfden te fietsen.

We gingen ook al niet met vakantie, wij gingen dagjes uit, met meestal als eindbestemming het in de duinen gelegen Meyendel.
Het was een prachtige doordeweekse dag in de zomer. Wij, de kinderen, hadden zomervakantie, maar mijn vader werkte gewoon. Er moest natuurlijk brood op de plank komen. Nadat we het avondeten hadden genuttigd, stelde mijn vader voor om nog een stukje te fietsen, het was ook zulk prachtig weer en het was toch nog lang licht.
Hierover dachten mijn broers wel anders. Zij gingen op zo’n prachtige avond liever een balletje trappen of iets dergelijks, maar we waren nu eenmaal een hecht gezin, dus mochten zij met tegenzin hun beide beentjes op de pedalen laten ronddraaien.
De fietsen werden van het portiek gedragen en keurig opgesteld voordat de reis een aanvang nam. Eerst de tandem, vader en moeder en kleine Janneman, dan kwam mijn broer Dirk en daar achter mijn oudste broer Joop. In deze volgorde diende de gehele weg gereden te worden. Mijn vader, de captain, voerde het peloton aan. Het moet een uur of zeven geweest zijn dat we vertrokken met, en je raadt het wel, bestemming Meyendel.

tandem

Over de Rijswijkseweg naar het Rijswijkseplein, over het Schenkviaduct en de Schenkkade. Verder weet ik het niet zo precies, maar dat doet er ook niet zo toe. In ieder geval kwamen we uit op de Landscheidingsweg richting Wassenaar.
We sloegen de Zijdeweg in en rechtsaf de Buurtweg op. Als we de Waldeck Pyrmontlaan in sloegen, werden we omringd door kapitale Wassenaarse villa’s. Ja, zo zou het ook kunnen zijn, als mijn vader geen amtenaar was geworden, maar een gewiekst zakenman.

Maar goed, het weer was heerlijk en de vogels vloten ieder hun eigen lied. Tjilp, tjilp. Nog een keer linksaf en daar fietste het gehele gezin op de Meyendelseweg. Links met de weg mee en daar doemde het ruige duinlandschap op. Daar reden we over flauw hellende en dalende fietspaden. Het gezin genoot met volle teugen, de zuurstofrijke duinlucht inademend, of waren het alleen onze ouders? Na een twintig, vijfentwintig minuten dook er een vijfsprong op.
Links zo die gaat, sprak mijn vader. En daar reden we over flauw hellende en dalende fietspaden, nog steeds genietend van het prachtige duinlandschap en de nu toch ook al ondergaande zon.
Het duinpark lag daar in de rode zonnegloed, toen we een vijfsprong naderde. Verdomme, zei mijn vader, hier zijn we daarnet toch ook al geweest. Het peloton stopte. Enigszins woest keek mijn vader in het rond.
‘Ik denk rechtsaf Jan’, sprak mijn moeder tegen mijn vader. ‘Wat weet jij daar nu van’, bromde hij, ‘we gaan linksaf, dat pad in’. Met de pest in zijn lichaam ging hij weer op de pedalen staan.
Daar fietste het gezin, ja nu weten jullie lezers het wel, in een steeds donker wordend duingebied.
Mijn beide broers werden het nu ook wel een beetje zat, en enigszins vermoeid fietsten ze over de al bekende paden voort. Dit is alweer de derde keer, verdomme, zei Joop tegen Dirk, dat ik hier rij. Dirk beaamde dat en Joop zei nog iets wat niet voor publicatie geschikt is. De fietsdynamo’s werden op de banden geplaatst en drie witte en rode lichtjes schenen door het al bijna nachtelijk donker.
Ik, als kleine jongen, vond het bijzonder spannend, nu was ik het die met volle teugen genoot, ondanks het gebrom van mijn vader en de troostende woorden van mijn moeder, richting mijn vader.
Daar was hij weer, de vijfsprong… Doordat het nu aardedonker was geworden, waren de lichtjes van Wassenaar aan de rechterzijde goed zichtbaar. Dankzij dit fenomeen van licht in de duisternis zijn we die avond toch weer thuis gekomen.
Ik denk dat ik het niet hoeft te zeggen, maar op de terugweg werd er niet meer gesproken, er werd slechts gefietst en gezwegen. Alleen ik had het naar mijn zin, dit was de eerste keer dat ik het niet erg vond om achterop een tandem te zitten.

line-2

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s