Kortlandt – Korteland – Kortland

Oorsprong en afstamming van de families Kortlandt – Korteland – Kortland

door Jan Kortland (1949-2002)

Onderstaande tekst is afkomstig uit de stamboombeschrijving zoals die is gemaakt door Aris Kortland in 1970.

In geval van geboorte, huwelijk of overlijden dient aangifte te worden gedaan op het stadhuis van de gemeente wear men woont, aan de Burgerlijke Stand. Ook verhuizing van de ene gemeente naar de andere wordt aangegeven. De Burgerlijke Stand is een betrekkelijk recente instelling en dateert uit de Napoleontische tijd. Een exemplaar van de aangifte blijft bewaard bij de Burgerlijke Stand – een kopie wordt na een zeker aantal jaren opgeborgen in het Rijksarchief der Provinciale hoofdsteden. Zo kan men zich voor wat de provincie Zuid-Holland betreft, voor onverschillig welke gemeente, wenden tot het rijksarchief te ‘s-Gravenhage voor de periode 1812-1882. Voor de periode na 1882 kan men alleen maar in de gemeenten zelf terecht. Voor 1812 werden geboorten, huwelijken en sterfgevallen genoteerd in de registers der kerkelijke gemeenten.

De oudste doop- en trouwregisters gaan terug tot in de 2de helft van de XVIe eeuw maar, gemiddeld, slechts tot omstreeks het midden van de XVIIe eeuw. Met begraafregisters is meestal pas later begonnen. Voor wet betreft de plattelandsgemeenten zijn ook deze kerkregisters, voor zover zij bewaard zijn gebleven bijeengebracht in de rijksarchieven der provinciale hoofdsteden. Voor de steden die er een eigen gemeentearchief op na houden bevinden zij zich in deze gemeentearchieven. Verhuizing van de ene gemeente naar de andere werd voor 1812 nergens vastgelegd. In feite waren dus vroeger de dominees (of kosters) en pastoors de ambtenaars van de Burgerlijke Stand. De volledigheid en nauwkeurigheid van de inschrijvingen hingen af van deze geestelijken en lieten vaak te wensen over. Zo werden sterfgevallen van kinderen dikwijls ingeschreven met alleen maar de naam van de vader zonder vermelding noch van de naam van de moeder noch van de voornaam van het overleden kind zelf. Voor 1812 had men een voornaam doch er bestond geen enkele wettelijke verplichting ook een achternaam te hebben.

Oorspronkelijk werd aan de voornaam eenvoudig de voornaam van de vader toegevoegd. Tijs Pietersen was: Tijs zoon van Pieter. En aangezien het gebruikelijk was aan de oudste zoon de naam van de grootvader te “even, heette de oudste zoon van Tijs: Pieter Tijssen. Maar dit gaf blijkbaar, ook in de kleinere gemeenten, aanleiding tot verwarring en reeds in de XVIIe eeuw zien wij dan een naam bijgevoegd. Dikwijls werd de voornaam van de vader de definitieve achternaam, ook voor later, van de gehele familie en daarom zijn er zo veel personen die bijv. Jansen of Pieters heten. Een lichamelijke of geestelijke eigenschap kon gebruikt worden om onderscheid te maken (de Lange – de Korte). Verder was dikwijls het beroep de oorsprong van de geslachtsnaam, zoals Bakker – de Boer – de Koster – Smit-Schippers. Ook een geografische onderscheiding werd vaak de familienaam: het dorp of de streek wear het gezin vandaan kwam (van Doorn – van Zeeland – Lekkerkerker) of de naam van het gehucht, buurschap, polder of boerderij waar zij woonden.

De naam Kortland of Korteland behoort zeker tot deze laatste groep. Zij komt op oude kaarten van Zuid-Holland vrij veel voor. Boven Alblasserdam ligt een polder: ’t Korte Land. Reeds op een XVIIe eeuwse kaart van ‘Zuid Hollandia’, van Blaeu vinden wij op het grondgebied van Krimpen aan de Yssel: << Langeland’ en ‘Kortland’. Doch ook in Delfland en Schieland waren er polders van die naam. Het is bovendien best mogelijk dat de naam is ontleend aan een stuk land, of hofstede, dat op geen enkele kaart voorkomt doch alleen plaatselijk bekend was. De schrijfwijze was volkomen afhankelijk van de dominee en het kan gemakkelijk voorkomen dat de naam van de zelfde persoon bij de inschrijving van zijn huwelijk en later bij de inschrijving van de geboorte zijner kinderen op verschillende wijzen wordt gespeld. Wat onze naam betreft zijn er de volgende mogelijkheden: de eerste letter kan een K zijn of een C; op het einde kan men d of t of dt schrijven en verder ken men tussen de t en de 1 al of niet een e plaatsen. Dit geeft 12 verschillende schrijfwijzen: Cortland Corteland Kortland Korteland Cortlant Cortelant Kortlant Kortelant Cortlandt Cortelandt Kortlandt Kortelandt In de oude kerkboeken zij deze vrijwel allen terug te vinden. Zelfs zijn wij ‘Corttelandt’ tegengekomen. In 1812 komt hieraan een einde en krijgen de namen een definitieve vorm, ook al blijft er soms in het begin toch nog wel enige verwarring bestaan. Thans kennen wij slechts drie vormen: Kortlandt – Korteland – Kortland Voor zover ons bekend zijn de thans levende Kortlandten – Kortelanden en Kortlanden terug te brengen op drie stamvaders:
1) Tijs PIETERSEN die in 1648 te Alblasserdam trouwde met Pietertgen Claes ‘jonge dochter van Alblas’. Van de naam Kortland is dan nog geen sprake. Een van zijn zoons heet Huyg These of Tijsse: zoon van Tijs. De zoons van deze Huyg staan bij hun huwelijk ingeschreven als: Jan Huyge Korteland Pieter Huygen Kort(lant) Kornelis Huygen (Corteland)
2) Ghijsbert BASTIAENSE CORTLAND ‘jonge man van Ammers-Gelkenes’, die in 1663 huwde met Suzanna Cornelis de Groot. In 1685 hertrouwde hij met Heyltje Aerts. Beide huwelijken werden voltrokken in Groot-Ammers. Gelkenes is een buurtschap gelegen tegenover Schoonhoven aan de Lek en maakt deel uit van de gemeente Groot-Ammers.
3) Klaas GIJSBERTSE KORTLAND die in 1700 trouwt met Marrigje Krijnen van Streefkerk en in 1721 hertrouwt met Barber Jansse Kovel. Klaas woonde zowel in 1700 als in 1721 ‘in den Opperstok’.

De Opperstok is een buurt die ligt tussen Groot-Ammers en Streefkerk, deel uitmaakt van deze laatste gemeente doch aanmerkelijk dichter bij de kom van Groot-Ammers is gelegen. Geboorten, huwelijken en overlijden van hen die in de Opperstok woonden werden dan ook geregistreerd in de kerk van Groot-Ammers. Aangezien de kerkboeken niet verder teruggaan is het niet mogelijk na te gaan of, en in hoeverre, bovengenoemde drie personen aan elkaar verwant waren. Voor Gijsbert en Klaas lijkt dit wel waarschijnlijk. Klaas zou een zoon kunnen zijn van Gijsbert Bastiaanse. Zijn vader heet immers Gijsbert. Er is echter geen inschrijving te vinden van de doop van een Klaas – zoon van Gijsbert Bastiaanse. Dit zegt op zich zelf nog niet zoveel. Het kwam meer voor dat bijv. tijdens een vacature van de predikantsplaats, of bij watersnood – kinderen elders werden gedoopt op de inschrijving werd vergeten. Het feit dat echter geen enkele van de dochters van Klaas de naam Suzanna heeft gekregen wijst er toch wel op dat Gijsbert Bastiaanse en Suzanna de Groot niet de ouders waren van Klaas. Bovendien wordt bij het huwelijk van de kinderen van Gijsbert en Suzanna steeds vermeld dat zij van Gelkenes waren terwijl Klaas uit den Opperstok kwam. Het is niet gemakkelijk uit te maken wie dan wel zijn ouders waren.

De kerkboeken van Groot-Ammers munten niet uit door volledigheid en duidelijkheid. Zo vermeldt bijv. het doopboek meestal noch de namen der moeders, noch die der getuigen. Er is echter toch wel een geboorte van Klaas – zoon van Gijsbert – te vinden en wel op 10 september 1679. Maar dit is dan een zoon van een zekere Gijsbert Ariensen en niet van Gijsbert Bastiaanse. De naam Kortland wordt er niet bij vermeld. De inschrijving van het huwelijk van Gijsbert Ariensen luidt als volgt: – 0p den 9 Junius (1674) sijn bij ons in ondertrou opgenomen Gijsbert Ariensen, jonge man, ende Annechjen Claes, jonge dochter, bijde uytten Opperstock ende op den 24 Junius in den huwelijken staat bevesticht -. De eerste vrouw van Klaas heet in 1700, als zij trouwen, Marrigje Krijnen maar als Klaas in 1721 hertrouwt wordt hij vermeld als weduwnaar van Jannigje Krijnen. Zij is waarschijnlijk de in 1675 gedoopte Jannigje – dochter van Crijn Claesen en van Hermpie Huyberts. De kinderen van Klaas hebben dan als grootouders: Gijsbert Ariensen – Annechjen Claes Crijn Claesen – Hermpie Huyberts Aangezien de 2 eerste dochters van Klaas en Marrigje of Jannigje Krijnen de naam krijgen van Annichjen en Erntje (= Hermpie) en dus naar de beide grootmoeders zijn vernoemd is het wel zeker dat Gijsbert Ariensen de vader is van onze Klaas. Blijft dan de vraag of Gijsbert Ariensen (Opperstok), vader van Klaas Gijsbertse Kortland – en Gijsbert Bastiaense Cortland (Gelkenes) familie waren van elkaar.

Hier zullen wij wel nooit achter komen maar waarschijnlijk lijkt het wel al was het maar omdat wij bij de Kortlanden uit Gelkenes zowel als bij die uit den Opperstok meerdere malen het zelfde beroep tegenkomen, nl dat van schipper. Wellicht waren beide Gijsberts neefs. Waar voor deze Kortlanden uit Groot-Ammers de naam vandaan komt, is ons onbekend. Wellicht bestaan er oude polderkaarten van voldoende grote schaal waarop een stuk land als << Kortland >> staat aangegeven. Wij hebben dit niet onderzocht. Verwantschap tussen de Kortlanden van Alblasserdam en die van Groot-Ammers is veel minder waarschijnlijk. Hier zal de naam wel afkomstig zijn van de boven Alblasserdam gelegen polder “’t Korte Land” Het is echter wel eigenaardig dat blijkbaar de geboortegrond van de stamvaders van alle thans levende Kort(e)land(t)en, in de Alblasserwaard ligt. Wat dit betreft dienen wij echter voorbehoud te maken voor twee mogelijke uitzonderingen. In mei 1967 overleed in Amsterdam, op 82-jarige leeftijd, Theodorus Gerardus Kortland. Hij was geboren in Diemen, zijn vader in Nieuwer Amstel en zijn grootvader, Sijbrand Kortland in 1818 te Ysselstein. Verder teruggaande komen wij tot Thonis Sijbrandze Kortland die in Ysselstein driemaal is getrouwd;voor de eerste keer in 1728. Hij wordt dan vermeld als “jonge man van Koten”. Wij zijn niet zo ver gegaan ook de kerkregisters van Koten (tegenwoordig Cothen – aan de Kromme Rijn – ten Noord Westen van Wijk bij Duurstede) te laten nagaan. In de registers van Ysselstein wordt de naam soms geschreven met het voorzetsel van: van Cortland, wat wij noch in Alblasserdam, noch in Groot-Ammers zijn tegengekomen. De vraag stelt zich of ook deze Kortlanden uit de Alblasserwaard afkomstig zijn en via Cothen in Ysselstein zijn terechtgekomen, ofwel dat dit geslacht alleen maar toevallig ook Kortland heet en geen enkele verwantschap heeft met die uit de Alblasserwaard. De Kortlanden uit de Alblasserwaard zijn allen protestant gedoopt terwijl deze Ysselsteinse groep katholiek is. Dit zegt op zichzelf natuurlijk niets. Een protestante Kortland uit Groot-Ammers of Alblasserdam kan zich in Cothen hebben gevestigd, daar met een katholiek meisje zijn getrouwd en zijn kinderen katholiek hebben laten dopen. Is deze Ysselsteinse tak aan het uitsterven? Wij menen van wel, doch zijn niet zeker.

De overleden Theodorus Gerardus heeft een in Amsterdam wonende ongehuwde, in 1928 geboren, dochter (Maria Barbara Kortland) doch wij hebben geen contact met haar gehad. Ons zijn na het overlijden van Theodorus Gerardus, geen mannelijke leden van dit geslacht bekend wat geenszins betekent dat er niet zijn. De tweede mogelijke uitzondering is de bekende Amerikaanse familie van Cortlandt. Willem Kortlandt uit Zeist zond ons de afstamming van deze familie die teruggaat tot een zekere Oloff van Cortlandt die in 1638 uit Holland zou zijn gekomen. Uit welke gemeente hij kwam weten wij niet en ons is ook niet bekend of de van Cortlandten het zelf weten. Wij hebben geen contact met hen gehad. Hierna volgen, achtereenvolgens voor de groepen Alblasserdam, Gelkenes en Opperstok, een stamboom met enig commentaar. Hierin zijn uitsluitend opgenomen diegenen die thans levende nakomelingen hebben die Kort(e)land(t) heten. Geboortejaar, geboorteplaats en de naam van de echtgenote zijn vermeld. Vrouwen komen alleen voor als de kinderen de naam van de moeder dragen. Wij beperken ons tot een zestal generaties en komen dan ongeveer tot hen die in de eerste helft van de XIXe eeuw zijn geboren. Dit brengt ons tot 22 takken: 9 voor Alblasserdam (A-1 tot en met A-9) – 6 voor Gelkenes (G-1 tot en met G-6) en 7 voor Opperstok (0-1 tot en met 0-7). De ouderen onder ons zullen soms in deze personen reeds hun grootouders terugvinden. Vanaf hier gaat de beschrijving alleen verder met Gelkenes III, het deel dat de tak van de familie Kortland beschrijft waarvan wij afkomstig zijn…

III GELKENES

Gijsbert Bastiaens Cortland en Suzanna Cornelis de Groot hadden zeven kinderen. De twee oudsten waren dochters: Annichjen en Sijchjen. De naam Cornelis komt tweemaal voor en de eerste moet dus als kind overleden zijn. Het grote aantal kinderen en vooral de belangrijke kindersterfte zijn trouwens opvallend voor het geheel van deze Gelkenesse groep der Kortlanden. Men krijgt bovendien de indruk dat zij het niet breed hadden en zeker niet tot de welgestelde burgerij van Groot Ammers behoorden. In 1685 trouwt Ghijsbert voor de 2de maal, met Heyltje Aerts. De inschrijving in het kerkboek vermeldt: << beyde wonende in Gelkenes >>. Uit dit huwelijk wordt nog een zoon, Aart, geboren die in 1712 trouwt maar waarvan wij als kinderen alleen maar een in 1713 geboren tweeling vinden: Claesje en Heyltje. Alleen Ghijsbert’s zoon Bastiaan, geboren in 1670, is verder voor ons van belang. Hij trouwt in 1694 met Leentje Jans Speksnijder van Graveland. Elf kinderen, maar ook hier moeten de meesten zeer jong overleden zijn. Wij vinden de geboorte van een Ghijsbert in 1696 in 1701 in 1707 en in 1712. Alleen de 2 laatstgeboren zoons Jan in 1713 en Cornelis in 1714 hebben blijkbaar de volwassen leeftijd bereikt en een gezin gesticht. Hier krijgen wij dan een splitsing in twee groepen die wij de Groot-Ammerse tak (Jan) en de Rotterdamse tak (Cornelis) zouden kunnen noemen. De nakomelingen van Jan zijn lang in Groot Ammers gebleven en pas in de 2de helft van de XIXe eeuw is de uittocht begonnen, voornamelijk naar Rotterdam. Voor de tak van Cornelis is dit veel eerder gebeurt: het huwelijk van zijn zoon Jacob in 1769 is al in Rotterdam voltrokken. In Groot-Ammers en Streefkerk wonen thans geen Kortlanden meer, wel zijn er nog enkele personen in leven, zowel van de groep Gelkenes als van de groep Opperstok, die er zijn geboren.

De splitsing van de groep Gelkenes in een Groot-Ammerse en een Rotterdamse tak betreft ook de schrijfwijze van de naam. De thans levende nakomelingen van Jan heten allen Kortland, die van Cornelis: Korteland. JAN (geboren in 1713) Jan trouwt in 1743 met Cornelia Hendrikse den Boer uit Molenaarsgraaf. Wij vinden 5 kinderen waarvan 3 zoons. Van de oudste Bastiaan verder geen spoor. De jongste Dirk overlijdt op 2-jarige leeftijd. Blijft de in 1751 geboren Cornelis. De echtgenote van Cornelis is Anna van Houwelingen. Tien kinderen worden geboren waarvan negen jongens. Drie hiervan sterven als kind, de zes overigen zijn allen getrouwd. Van vier van hen zijn de takken uitgestorven. Aan kinderen heeft het nochthans niet ontbroken. De in 1795 geboren Dirk bijv. die dagloner was, en later veerschipper, en die in 1815 met Crijntje den Boer, dienstbode, trouwde, had ook tien kinderen, waarvan degene die de hoogste leeftijd heeft bereikt 24 jaar is geworden. Pieter, arbeider, geboren in 1796 en getrouwd met Zwaantje de Vries had zoven kinderen waarvan twee op 14-jarige leeftijd stierven en de vijf anderen op een leeftijd tussen 20 en 30 jaar. Tering was waarschijnlijk een belangrijke sterfte-oorzaak in die tijd. Twee zoons van Cornelis hebben thans levende nakomelingen: Jan geboren in 1783 en Bastiaan geboren in 1790. Jan trouwt in 1808 in Ottoland met Marrigje van Rees. Uit dit huwelijk worden enkele dochters en twee zoons geboren: Kornelis in 1810 en Johannes in 1820. Van Bastiaan die in 1824 met Kornelia de Beeld trouwt, vinden wij slechts 2 dochters waarvan de jongste Maria op 6-jarige leeftijd overlijdt. De oudste, de in 1825 geboren Johanna trouwt in 1854 met Jacobus Rombout maar heeft dan reeds een zoon: Bastiaan, die Kortland heet en deze naam behoudt. Kornelis, zoon van Jan, werkman, trouwt in 1838 met Cornelia Tromp en, evenals zijn vader, heeft hij enkele dochters en twee zoons. De tak van de jongste, Pieter, sterft in de mannelijke lijn uit. Blijft de in 1841 geboren Jan.

Johannes Kortland 1820 – 1907

joh1820

De tweede zoon van Jan en Marrigje van Rees de in 1820 geboren Johannes, eveneens werkman en die bovendien in Groot Ammers een cafe zou hebben gehouden, trouwt in 1842 met Maria Noome. Hier zijn twee dochters en drie zoons waarvan de jongste als kind overlijdt. Blijven Jan, geboren in Groot-Ammers in 1850 en Johannes, geboren in 1858 eveneens in Groot-Ammers.

De in 1850 te Groot Ammers geboren Jan KORTLAND trouwde in 1871 met Bastiaantje Johanna de Jong. Als beroepen vinden wij vermeld: arheider, dijkwerker, kantenier. Er waren zeven dochters en drie zoons. De jongste zoon Jan, schipper, bleef kinderloos. De beide anderen, Johannes en Willem hadden echter zeer grote gezinnen. In 1962 waren van Johannes en zijn echtgenote Anna Noorlandt twaalf kinderen in leven en, naar een van zijn zoons ons mededeelde, waren er zeven overleden. Willem had negen kinderen waarvan zes zoons. Dit geeft voor Jan en Bastiaantje Johanna een groot aantal kleinzoons waarvan velen op hun beurt alweer grootvader zijn. De meesten wonen in Rotterdam doch ook in Gouda en Utrecht. Opvallend was dat velen als adres een woonschip hebben. Een erfelijk verlangen op het water te leven?

Johannes Kortland 1858 – 1930

joh1858

Jan’s broer, de in 1858 geboren Johannes KORTLAND trouwde met Jacomijntje Woudenberg uit Schoonhoven. Hij was aan het spoor en later vertegenwoordiger van orgels en piano’s. Vele woonplaatsen na Groot Ammers en Streefkerk, vinden wij Johannes in Schoonhoven, Zeist, Doorn, Rhenen, Tiel en Amersfoort. Hij had twee zoons, Arie (1886) en Johannes (1887), beiden geboren in Doorn Arie had een zoon: Cornelis (1919) die in 1963 in Weesp woonde, en waarschijnlijk een of meerdere dochters.

Johannes Kortland (1887-1972) en Cornelia Wilhelmina Zuurveld (1885-1947)
opakortl

Johannes (1887), die zich in Rotterdam vestigde, trouwde met Cornelia Wilhelmina Zuurveld. Zij hadden een dochter, Jacomijntje (Rotterdam 1912 – Sliedrecht 1997) en een zoon Jan (Rotterdam 1917 – Den Haag 1984).

Jan Kortland 1917-1984 en Catherina Hendrina Madern 1916-2000
janpuck

Jan Kortland trouwde in Rotterdam met Catharina Hendrina Madern (Rotterdam 1916 – Zwijndrecht 2000), zij vestigden zich in Den Haag. Zij kregen drie kinderen, allen zoons. Johannes Dirk (1941), Dirk (1944) en Jan (Den Haag 1949 – Zoetermeer 2002).

………………………………………………………………..

DE FAMILIE KORTLAND IN DE 19e EEUW

Over de leden van de familie Kortland, die in de 19e eeuw werden geboren, leefden en stierven, is helaas niet zo bar veel te vertellen. Ik heb geprobeerd een sfeertekening te maken over die tijd. De tijd waarin zij deel uitmaakten van de dorpsgemeenschap van het dorp aan de Lek, Groot-Ammers…

De Bataafse Republiek

De 19e eeuw wordt vaak als saai beschouwd. Dat berust op een misverstand. Het is een fascinerende eeuw. Rond het jaar 1800 leefden mijn voorouders, en die van andere mensen natuurlijk ook, in de Bataafse Republiek 1795-1806. In die tijd leefden Cornelis Kortland en zijn beide zoons Jan en Bastiaan, die in de stamboom vermeld zijn, zoon Dirk, geboren in 1795 die dagloner was, en later veerschipper, en meer namen, van de andere broers, kan ik helaas niet vermelden omdat van hen de takken zijn uitgestorven.

Van Cornelis, 1751, die getrouwd was met Anna van Houwelingen heb ik het volgende in de archieven kunnen terug vinden. Ommeslag van ’t Gemeeneland 1 jan. 1799 tot 1 jan. 1800 (dit zijn zeg maar de lasten van de gemeente). Het valt onder het Capittel van het Onderhoud van Dijken en ’t Schoonmaken van het Waaterschap Cornelis Kortland komt voor het Schoonmaken van ’t Gemenelands Waterschap in den Overwaard f 30: =:= te verschijnen Ste Petri 1801, waarin de porsie van Gravenland bedraagd f 20:=:= Als je nu denkt wat staat er nou, ik kan het ook niet helpen, maar zo schreef men in die dagen.

Ook heb ik in de jaarrekening van 1823 tot 1824 het volgende over de zoon Dirk gevonden. Aan Dirk Kortland Voor t opmaken van de Rijskade en voor t aan Brengen Van 241 Schaft a 13 en 14 Stuijvers per Schaft bedraagt te same met qtie -90 -160. Een schaft is naar ik meen een bepaalde hoeveelheid grond.

Uit de tekst is wel gebleken dat wij Kortlandjes al drukdoende waren met, waarmee Nederland groot is geworden, de waterwerken. Groot-Ammers ligt nu eenmaal in een poldergebied, twee Ammerse polders t.w. Gelkenes en Ammers-Graafland, Achterland en Peulwijk. Later kom ik hier nog op terug.

Van republiek naar koninkrijk

In 1806 eindigde de geschiedenis van de Betaafse Republiek: de Republiek werd een koninkrijk, waarin Lodewijk Napoleon, broer van de Franse keizer, de scepter zwaaide. Die Lodewijk was nu niet een man met veel charisma. Hij was een ziekelijke, reumatische, mank lopende man, die veel te veel geld uit gaf aan zijn hofhouding.

De staatkundige indeling tijdens de Bataafse republiek onderging een algehele wijziging. De vroegere gewesten verdwenen en maakte plaats voor 8 departementen. Ieder departement werd verdeeld in 7 ringen. Het land tussen de Lek en de Merwede kwam te liggen in het derde departement van de Rhijn, met als hoofdplaats Arnhem. Ammersgraafland, Agterland en Peulwijk met 236 zielen en Gelkenes met 328 zielen kwamen te liggen in ring 1 met als hoofdplaats Gorinchem. Drie jaar later werd dat weer veranderd en viel het onder het departement Holland. Ook werd er bepaald dat iedere stad, district of dorp een gemeentebestuur zou hebben.

Een meer ingrijpende wijziging bracht koning Lodewijk Napoleon. Het Rijk werd verdeeld in 10 departementen. Onze streek kwam te liggen in het 8ste departement Maasland. Na de inlijving van 1811 werd le territoire de la Hollande, reuni a notre Empire verdeeld in cantons. Voor Gelkenes en Gravenland gold: Departement des Bouches-de-la-Meuse met als hoofdplaats Den Haag, Arrondissement Gorcum, Canton Sliedrecht. Gelkenes en Gravenland vormden dus twee gemeenten. In 1825 werden Ammers-Graafland (Gravenland) en Gelkenes verenigd tot de gemeente Groot-Ammers. Later kregen we de nu zo vertrouwde provinciën en onze streek behoorde tot de provincie Holland. Welnu, dat was dus helemaal niets die Franse tijd. Holland moet weer vrij worden, vrij onder het huis van Oranje. Om kort te gaan: op 30 november 1813 landde Willem 1 te Scheveningen. In 1815 werd de prins van Oranje tot koning geproclameerd.

We gaan weer terug naar mijn voorvader, Jan Kortland die getrouwd was met Marrigje van Rees. Zoals al beschreven is in de stamboom hadden zij enkele dochters en twee zoons. Zoon Johannes Kortland (1820) is mijn bet-overgrootvader. Hij was getrouwd in 1842 met, hoe kan het ook anders, mijn bet-overgrootmoeder Maria Noome. We gaan terug in die tijd naar het dorpje Groot-Ammers…

De Burgervader en zijn veldwachter

stok1

Pieter van der Stok was eerst Schout en later Burgemeester van 1805 tot 1846. Hij stamde uit een invloedrijke familie die op Ammers evenals in Langerak en Nieuwpoort de touwtjes in handen had. Het Burgermeesterschap ging steeds van vader op zoon. Zoals we ons van vroeger de tv-serie Swiebertje kunnen herinneren, was er natuurlijk ook een veldwachter.

Zo is daar Jacob Scholte die tot 1832 er het gezag uitoefende. Helaas kon de Burgervader en de veldwachter het niet zo goed met elkaar vinden, het was een ongehoorzame veldwachter. Ik zal het de aandachtige lezer niet onthouden en uit het gemeentearchief Nieuwpoort en uit het gemeentearchief Groot-Ammers het volgende: Uit de notulen gemeenteraadsvergadering 9 april 1829

Gemelde veldwachter heeft op dinsdag den 7 dezer maand des voormiddags, sprekende tot hem Burgermeester, te kenne gegeven voornemens te zijn, om bij gelegenheidvan het aanstaande Paaschfeest eijeren te gaan ophalen, bijde ingezetenen dezer gemeente, vragende wanneer hij zich daartoe op weg kon begeven, waarop hen werd geantwoord, dat eene dergelijke inzameling zeer veel overeenkomst had met bedelarij, en welke te regt in deze streken met de meeste activiteit wordt tegengegaan, en hij Burgermeester mitsdien, zijne toestemming niet konde geven. Dat gemelde veldwachter in stede daarin te berusten, op de onbetamelijkste wijze, daarop te kennen gaf, dat het in vroeger tijd, wel aan slecht volk veroorloofd was geworden, waarom nu ook niet aan hem, en zich daarbij zeer verstoord en weerbarstig aanstellende, doch met geen ander gevolg, dan dat hem het ophalen van eijeren directelijk verboden en daarbij tevens gelast werd, om in de gemeente zijne tourne te maken, en ten twaalf ure wederom present te zijn, welken last, hij echter in geenen deele genegen was op te volgen, als niet wetende, zoo hij voorgaf, wat hem zou kunnen voorkomen.

De allezins onvoegzame toespraak, door hem Burgermeester niet langer kunnende worden gedoogd, en daarbij steeds terugkomende ongehoorzaamheid des veldwachters, her denkende als welke het er bestendig op scheen toe te leggen om door brutale wederspraak, en nimmer aan de hem opgedragen orders voldoende, van eene verkeerde zijde uit te blinken, werd dezelve dienvolgens aangezegd, dat hij in zijne post werrd geschorst, en uit dien hoofde geen gebruik van zijnen wapens meer zou hebben te maken, waarop dezelve al dreigende en morrende zich heeft verwijderd. De gemeenteraad besloot de Gouverneur van het voorval in kennis te stellen en verzocht hem ” zoodanige maatregelen te nemen, hetzij door overplaatsing of vervanging, om de goede orde te handhaven, en het plaatselijk bestuur dezer gemeente voor dergelijke wanvoegelijkheden te beveiligen”. Voorlopig bleef onze veldwachter nog in dienst, maar de moeilijkheden stapelde zich op. Op 12 januari 1830 werd de Gouverneur bericht dat de veldwachter ” strafeloos voortging, ons zijne onmiddelijke superieuren , met onbetamelijke ruwheid te bejegenen; de gegeven beveelen op een beleedigende wijze te verontachtzamen, of, dezelve niet schoorvoetend en onvolkomen uit te voeren! Thans echter is hij van bedriegerij, in zijne betrekking gepleegd kunnenovertuigd worden, en te dierzake, bij vonnisse van de ergtbank van correctionele Politie te Gorinchem in data 16 december jl. Tot eene drie maandsche gevangenisstraf en geldboete veroordeeld”.

De gemeenteraden van Nieuwpoort en Groot-Ammers waren erg verbaasd dat “den deliquent, bij dat vonnis, niet tevens van zijn bediening is ontzet geworden, en hem derhalve de bevoegdheid gelaten is, om te fungeren in eene gemeente waar hij alla vertrouwen verloren, en de algemeene verachting op zich geladen heeft; achten wij het van onzen pligt, Uwe Excellentie onze gemeenten te willen ontlasten van een voorwerp, dat op het zachtste uitgedrukt, alhier tot geen nut meer zoude kunnen strekken”. Het ontslag werd door de Gouverneur ” in advies gehouden”. Voor het Hoog Gerechtshof in Den Haag diende het vonnis van Gorinchem in appel. De zaak werd niet gewijzigd. Het duurde tot 1832 alvorens het definitieve ontslag afkwam. Er was ook nog een veldwachter die slechts een zevental jaren orde en gezag handhaafde. Het was een man die het zich goed liet smaken, zodat hij in voortdurende dronkenschap verkeerde. Hij was niet te handhaven en werd ontslagen. De meeste andere veldwachters waren van onberispelijk gedrag.

Wat deden veldwachters in die tijd?

Ze maakten bijvoorbeeld proces-verbaal op bij diefstal, of bij een noodlottig ongeval, zoals dat het geval was bij de verdronken landloper in 1813. Ook werd natuurlijk, en daar denk je niet zo gauw aan in die tijd, het verkeer in de gaten gehouden Een berichtje uit de Schoonhovensche courant: 17 december 1872 I.G. te Groot-Ammers is door het kantongerecht te Schoonhoven veroordeeld in eene geldboete van drie gulden, ten bate van de gemeente Haastrecht, ter zake van zich, als geleider op den openbare weg niet steeds bij zijn trekdieren te bevinden en niet in staat die te besturen en te geleiden. Zo waren er ook tal van verordeningen bijvoorbeeld voor het rijden met wagens, met andere beesten dan met paarden bespannen, in de gemeente Groot-Ammers: Het te hardrijden in de kom van de gemeente of het slagten of afmaken van eenig vee aan de de publieken weg, wat uitdrukkelijk verboden was.En natuurlijk openbare dronkenschap waar op een geldboete stond van maar liefst f 25,– , of eene gevangenisstraf van drie dagen.

Dat was niet misselijk in die dagen.

Armoede

Het waren zware tijden in herfst en winter. De gewassen waren van het land en menigeen had in die koude maanden geen inkomsten. Ook door ziekten en overlijden kwamen mensen in financiële moeilijkheden.

Tegenwoordig kennen we de bijstand, het financiële vangnet, toentertijd kende men de armenzorg, die uit de gemeentekas betaald werd. Voor het goed functioneren van de armenzorg werden ieder jaar een armmeester aangesteld, die de “Geldelijke Verantwoording” droeg. Zij waren met de dagelijkse werkzaamheden belast. Zij moesten kunnen lezen, schrijven en rekenen. Zij ontvingen geen vergoeding voor hun werk. Daarom waren zij meestal afkomstig uit de gegoede deel van de bevolking.

In 1839 vervulde Jan Kortland deze functie, misschien wel die Jan Kortland die met Marrigje van Hees getrouwd was, maar met zekerheid is dat niet te zeggen, denk hier bij aan de uitgestorven takken, ofwel zij die geen zonen kregen. Zo was de ene Kortland armmeester, de andere Kortland moest om steun vragen.

Zo lezen we in de archieven uit 1832:
Vierde Kapittel: Bedeeling aan Kostgelden, Huishuur, Onderstaand aan geld enz. Aan de wedewe B. Kortland 37 weken bedeling 70 Ct per week – 25:90 Aan haar kinderen tijdens haar gevangenschap – 4:24 Aan Arie Kortland voor een der kinderen voor zes en halve week – 6:50 Bij ’t begraven van dit kind – 1:18 Vijfde Kapittel: Allerhande zaken Betaald voor drie en half el wol voor een stoof ten behoeve van de Wed. B. Kortland. – 1:121/2

De naam Kortland komt op oude kaarten in Zuid-Holland vrij veel voor. Zo vind je bij Krimpen aan de Yssel het Langeland en het Kortland. Maar ook in Delftland en Schieland waren er polders van met die naam. In Nootdorp vindt je bijvoorbeeld de Kortelandseweg. Bovendien is het mogelijk dat de naam ontleend is aan een stuk land, of hofstede, dat op geen enkele kaart voorkomt, maar alleen plaatselijk bekend was. Zo heb je in Alblasserdam, in het verlengde van het Kortland, de Kortlandschekade en aan die kade de Kortlandsche molen. In Schoonhoven ligt in de binnenstad de Jan Kortlandstraat (niet naar mij vernoemd :-) en in Schiedam de Kortlandstraat. Grappig om te vermelden is, dat zelfs in New York ten noorden van The Bronx het Van Cortlandt Park ligt.

Kortlandse

De koning is dood, leve de koning!

In maart 1849 volgt Willem III zijn overleden vader op. Joan Adriaan van der Stok was in die tijd de Burgermeester in Ammers en Jan Philipp Ott de Predikant. Ook mijn voorvaderen hebben ongetwijfeld het Onze Vader in de kerk gebeden. We waren helaas voor hen niet zo’n vooraanstaande familie en moesten wel genoegen nemen met een plaatsje achterin de kerk, hopelijk niet achter een pilaar. De voorste plaatsen in de kerk werden, zoals gebruikelijk was, bezet door de notabelen, maar die moesten er wel voor betalen.

In de eerste helft van de negentiende eeuw ging het niet bijster goed met Nederland. Terwijl in de omringende landen door de opkomst van de industrialisatie het goed ging, heerste er bij ons een grote werkeloosheid en armoede. Kinderen werden te vondeling gelegd en bedelaars trokken de steden en dorpen langs.

Na 1860 ging het geleidelijk wat beter met ons land. Door de opkomst van het Duitse achterland kon de haven van Rotterdam tot bloei komen. Grote goederenstromen via de haven brachten het zo nodige geld op. Ook veel agrarische producten werden naar onze oosterburen verscheept. En wat dacht je van het lucratieve Nederlands-Indië, daar werd ook flink aan verdiend…

De Rotterdamse haven groeide en in 1872 kreeg Rotterdam zijn Nieuwe Waterweg. Nederland werd een industrieland en door de economische groei werd het spoorwegnet aanzienlijk uitgebreid. Mijn overgrootvader Johannes, die met Jacomijntje Woudenberg was getrouwd, heeft een tijdje bij het spoor gewerkt. Welke maatschappij dat is geweest weet ik niet, maar op het Rotterdamse station Delftse-Poort kwamen diverse spoorwegmaatschappijen, t.w. NRS (Nederlandsche Rhijnspoorwegmaatschappij), HIJS (Hollandschen IJzeren Spoorweg), SS (Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorweg). Later was mijn overgrootvader Johannes Kortland vertegenwoordiger van orgels en piano’s bij de firma De Heer. Het zullen wel geen draaiorgels, kermisorgels of kerkorgels geweest zijn maar van die aandoenlijke traporgeltjes, ofwel harmoniums. Of hij ook muzikaal was vertellen de analen niet, maar enige muzikaliteit zal hij wel hebben gehad. In die jaren trokken velen van het platteland naar de steden, om werk te vinden, ondermeer in de in opkomst zijnde fabrieken, havens en spoorwegen, zo ook mijn overgrootvader.

Oudejaarsavond

We zijn aan het eind van de negentiende eeuw aangekomen, 31 december 1899, oudejaarsavond. Uitgelaten dorpsjongeren laten om middernacht met een luide knal met carbid een deksel van een melkbus vliegen. De kerkklokken worden geluid en in de huizen word het glas geheven. Waren er toen al oliebollen? Vast wel. Veel heil en zegen voor het nieuwe jaar, een nieuwe eeuw.

De twintigste eeuw is aangebroken en hiermee besluit ik het verhaal over de familie Kortland in de negentiende eeuw. We hebben rondgekeken in het dorp in de Alblasserwaard, daar waar mijn voorouders leefden en werkten. Natuurlijk heb ik niet alles opgeschreven wat er in Groot-Ammers gebeurde.

Zo hebben we het niet gehad over de Ammerse kaashandelaren. Kaas en Ammers waren een begrip in die dagen. Slecht zijdelings heb ik het gehad over het boerenbedrijf, waar met paarden de akkers geploegd en de wagens getrokken werden. In 1841 telde de Ammerse gemeenschap 64 trekpaarden. Ik heb het niet gehad over de waag en de waagmeester, die meestal ook de schoolmeester was, en de Hervormde Gemeente. Er zal wel degelijk een bakkerij geweest zijn, waar voedzaam roggebrood gebakken werd. Een smidse voor het beslaan van de paarden en voor eventuele reparaties aan de wagens en landbouwwerktuigen en misschien wel een kruidenier. Ik heb er niets over kunnen terug vinden.

gakaasmarkt

Toch hoop ik dat men nu enige voorstelling heeft, over het wel en wee van de mensen die toen leefden.

………………………………………………….

DE EERSTE 50 JAAR VAN DE 20e EEUW

In het Nederland van rond het jaar 1900 woonden 5 miljoen mensen. Het was een tijd van grote veranderingen, die al in de vorige eeuw waren begonnen. Het olielicht waar in Groot-Ammers de straten mee verlicht werden, maakte plaats voor gaslicht en later voor elektrisch licht. Hoewel er nog veel met paard en wagen vervoerd werd, kwamen al snel de eerste automobielen op de weg. Deze eerste wagens zonder paard waren in die dagen nog speeltjes van de rijken.

Arie Kortland in zijn automobiel

auto

Wereldwijd reden in 1900 amper tienduizend auto’s over de stoffige wegen. Toch kan men stellen dat de uitvinding van de automobiel ons de afgelopen eeuw tot grote welvaart heeft gebracht. In het begin van de 20ste eeuw nam de fabricage een grote vlucht, in 1908 de oprichting van General Motors Corporation, en in 1903 de Ford Motors Company en in Duitsland werden auto’s geproduceerd onder de naam Daimler-Benz. Later werd dat Mercedes-Benz.

De Rotterdamse tijd

Hoe mijn grootvader Johannes in Rotterdam verzeild raakte is mij niet bekend. Hij trouwde omstreeks 1910-1911 met Cornelia Wilhelmina Zuurveld en op 7 maart 1912 werd mijn tante Jacomijntje geboren, voor mij beter bekend onder de welluidende naam tante Mien. Haar broer, mijn vader Jan dus, werd een kleine vijf jaar later geboren op 9 januari 1917.

Mien en Jan Kortland
janenmien

Over mijn ouders

Mijn vader, die in de Jagerstraat woonde, had een buurmeisje dat Puck heette. Dit buurmeisje werd, na een jarenlange verkering, zijn echtgenote, wat dus inhoudt dat zij later mijn moeder werd. Mijn moeder werd geboren op 16 januari 1916 en zij kreeg de mooie naam mee van Catharina Hendrina Madern, roepnaam Puck.

Catherina Hendrina (Puck) Madern
puckje

Haar vader Dirk Madern trouwde een jaar eerder met Clara Smit. Het gezin woonde in de Meermanstraat in het Oude Noorden. Haar moeder, die in 1892 geboren was, stierf op jonge leeftijd in 1921 aan tuberculose.

 

Clara Smit 1892-1921
clara

Vader Dirk bleef met zijn zeer jonge dochter, mijn moeder was ruim vier jaar oud, tot 1929 in de Meermanstraat op de derde verdieping wonen. Mijn opa Dirk, die centrale-verwarmingsmonteur was, hertrouwde en mijn moeder kreeg nog vier stiefzusjes. Toendertijd was er in de centrale-verwarmingstechniek een goede boterham te verdienen. Mijn opa reed op de motor, merk onbekend, door het gehele land naar zijn clientele toe.

Doordat mijn grootvader een goed inkomen had, kon hij zich een zeilboot veroorloven, om zich in zijn drukke bestaan te kunnen ontspannen. En dan te weten dat hij geen slag kon zwemmen, net als mijn moeder, die doodsangsten uitstond als ze mee uit varen ging.

De Rotterdamse Lloyd

Het is al een poosje geleden dat honderden ‘mailboten’ de zeven zeeën van onze aardbol bevoeren. De een nog groter, fraaier of luxueuzer dan de ander. Varende zeepaleizen, waaronder die van onze nationale scheepvaartmaatschappijen, als de Stoomvaart Maatschappij Nederland, De Rotterdamse Lloyd en de Koninklijke Paketvaart Maatschappij. Om er enkele schepen van de Rotterdamse Lloyd te noemen de Indrapoera, Baloeran en de Dempo.

Wie over het Indië van vroeger spreekt, denkt daarbij ook aan deze schepen, die onverbrekelijk met ‘Tempo Doeloe’ verbonden zijn. Het waren immers deze schepen die gedurende vele decennia een wekelijkse lijndienst Nederland-Indië onderhielden; als ware de ‘navelstreng’ met het vaderland vormend.

Johannes Kortland 1887-1972
johannes18871972

Mijn opa Kortland werkte als meubelmaker bij de Rotterdamse Lloyd. Hij vertelde me weleens wat hij zoal op zijn werk deed, zoals het met de hand politoeren (glanzend maken) van de houten wanden, in de salons van deze luxe schepen. Hier waren ze dagen zo niet weken meebezig. Hij klom op tot voorman. Toen zijn superieur zijn promotie aan hem bekend maakte, sprak mijn opa: “Ik dank U voor het vertrouwen dat U in mij stelt”. Mijn opa gaf veel om formaliteiten. Als hij afscheid nam van de visite, op zijn verjaardag bijvoorbeeld, dan zei hij, onder een stevige handdruk, ‘bedankt voor de belangstelling’. Mijn vader kon deze uitspraak allerminst waarderen en siste dan tegen mijn moeder “zoiets doe je alleen op een begrafenis, dat zeg je toch niet tegen je eigen zoon.”

De crisistijd

De wereld in 1929: Het fanatisme neemt toe, zowel links als rechts, omdat de democratie in menig opzicht faalt. In Italië hadden we Benito Mussolini en in ons buurland Duitsland keerde de National-Sozialistische Deutsche Arbeiter Partei zich tegen de democratie onder leiding van Adolf Hitler. Er heerst grote werkeloosheid in de omringende landen en bij ons in Nederland. Werkelozen, zogenaamde steuntrekkers, kregen een wekelijkse uitkering van zo’n fl 19,- waar een heel gezin van moest leven.

Zo ver ik me kan herinneren kwam onze familie in die jaren er redelijk goed vanaf. Mijn vader werkte na zijn schoolopleiding als jongste bediende bij een handelsmaatschappij in Rotterdam, mijn moeder had een opleiding voor coupeuse (naaister) gedaan en werkte “in het maat” bij het warenhuis de Bijenkorff. Betergesitueerde Rotterdamse dames lieten zich door mijn nog jeugdige ‘moeder’ een passende japon aanmeten.

In zijn vrije tijd was mijn vader vaak te vinden bij het vliegveld Waalhaven, waar de vliegtuigfabriek van Frits Koolhoven gevestigd was. Daar keek hij naar het opstijgen en het landen van de vliegmachines. Ik wil niet zeggen dat mijn vader een vliegtuigfanaticus was, maar het boeide hem enorm en het zal wel een jongensdroom van hem geweest zijn om eens, met lederen jack, cap en stofbril, achter de stuurknuppel van zo’n eenmotorige tweedekker te zitten.

Mijn overgrootvader Johannes, die van het spoor en de orgeltjes, overleed in 1930. Zijn zoon Arie, de broer van mijn grootvader, een jaar later op een leeftijd van slechts 45 jaar.

 

Arie Kortland 1886-1931
Arie Kortland 1886-1931

Mijn tante Mien (Jacomijntje) trouwde in 1938 met Frederik Gerrit Mink (1912-1985), mijn latere oom Freek. Zij kregen drie kinderen, twee dochters en een zoon.

Frederik Gerrit Mink en Jacomijntje Kortland
mienfreek

De verschikkelijke tien minuten van 14 mei 1940, Rotterdam brandt

Dinsdag 14 mei. Het is een stralende voorjaarsdag. Overal zijn de Nederlandse troepen op de terugtocht. In Rotterdam vechten Nederlandse mariniers op en rond de Maasbruggen. Maar de Duitsers stellen een ultimatum. Binnen twee uur moet Rotterdam zich overgeven, anders volgt de volledige vernietiging van de stad. Een Nederlandse officier gaat naar de Duitse afvaardiging, die uit drie officieren bestaat, onder dekking van een witte vlag.

De Nederlandse kapitein zegt: Wij kunnen uw ultimatum niet aanvaarden, omdat het niet is ondertekend. De oudste Duitse generaal ondertekend alsnog het ultimatum en geeft uitstel tot half vijf in de middag. Omstreeks half twee vliegt een eskader Duitse bommenwerpers, van het type Heinkel, naderbij. Luitenant-generaal Schmidt beveelt: ‘Schiet rode patronen af’ Hij wil zijn vliegers waarschuwen, dat het bombardement voorlopig is afgelast. Maar de Duitsers vliegen stug verder. Moet er een voorbeeld gesteld worden? Met angstaanjagend gefluit gieren de eerste bommen op de stad neer. Volgens officiële Duitse stukken viel 97 ton brisantbommen op het centrum van Rotterdam, Kralingen, Bergpolder, de Provenierswijk, het Liskwartier en het Noorden neer.

Niet veel langer dan een tien minuten heeft het geduurd. De stad heeft geen hart meer.

Mijn vader vertelde me later dat de mensen in de omringende wijken op de daken stonden te kijken, gefascineerd door het schouwspel. Het bombardement was zo hefig, dat roetsnippers tot in de verre omtrek in dorpen en steden terecht kwamen. Rook verduisterde de zon zelfs in de Betuwe. Het vuur was zo vernietigend, dat het weken duurde voordat alle smeulende resten geblust waren.

Mei05

Mijn moeder hoefde niet meer aan het werk. Een groot deel van het warenhuis de Bijenkorff was een ruïne geworden. Het bombardement van Rotterdam was de laatste klap, die Nederland incasseerde. Om 16.50 uur stuurt generaal Winkelman een capitulatiebevel uit. Nederland zou de komende vijf jaar door de Duitsers bezet zijn.

Mijn vader werkte toentertijd al in Den Haag bij het ministerie van Landbouw op de afdeling V.I.B. (Voedsel Import Bureau). Hij werkt daar de gehele oorlog. Hij diende niet in het leger, omdat hij voor de militaire dienstplicht was afgekeurd. Hij werd te licht bevonden, ofwel hij woog gewoon niet genoeg. Bij het V.I.B. verzorgde hij ondermeer dat het Verzet aan voedselbonnen kwam, zodat ook de onderduikers te eten hadden. Dergelijke activiteiten werden uiteraard in het geniep gedaan. In de ogen van de Duitsers was hij een betrouwbaar ambtenaar. Ze moesten eens weten. Mijn vader heeft tot 1955 bij het ministerie gewerkt.

Jan en Puck Kortland 1940
janpuck

Mijn ouders trouwden op 28 augustus 1940 in Rotterdam. Omdat mijn vader in Den Haag werkzaam was, betrokken zij daar een huurwoning.

Het Haags verhaal

Mijn ouders woonden in de begin jaren van de tweede Wereldoorlog in de Haagse wijk Geuzen- en Statenkwartier in de Jacob Hopstraat. Het was zo’n twee-over-een-trap woninkje.Daar werd op 12 december 1941, hun eerste kind, mijn broer Johannes Dirk geboren, vernoemd naar zijn beide grootvaders, Johannes Kortland en Dirk Madern.

In 1942 werd Den Haag door de Duitse bezetters omgebouwd tot een vestingstad, langs en nabij de kust gelegen wijken werden ontruimd en ten dele gesloopt, meer dan 100.000 inwoners werden geevacueerd. Mijn ouders waren onder hen en verhuisden naar de van Bylandtstraat in de wijk het Regentessekwartier, waar ze, naar ik meen te weten, inwoonden bij een alleenstaande oudere mevrouw.

Op 22 juni 1944 werd daar mijn andere broer Dirk geboren. Mijn moeders vader voor de tweede maal vernoemd, wie zal het zeggen.

De stad is ruim vijftigmaal gebombardeerd het ergst op 3 maart 1945, toen het Bezuidenhoutkwartier goeddeels werd verwoest. Terwijl het grootste deel van Nederland, eind 44, door de geallieerde was bevrijd, zuchtten de inwoners in het westen van het land nog onder het juk van de Duitse bezetters. In de vesting Holland, die geheel van de buiten wereld was afgegrendeld, waardoor er geen voedingsmiddelen en brandstoffen binnen kwamen, heerste hongersnood. Met veel improvisatie en eenzijdig voedsel, wist het gezin Kortland door de hongerwinter heen te komen. In de grote steden waren gaarkeukens opgericht, waar de hongerende bevolking een waterig bietensoepje of onverteerbare veevoerpap kreeg aangeboden. In Den Haag leden 20.000 mensen aan hongeroedeem, want het rantsoen bedroeg slechts 500 calorieen per dag. 25.000 Mannen, vrouwen en kinderen kwamen van de honger om.

De bevrijding

Maar als ik leven mag tot de bevrijding en juichen op het overwinningsfeest
God, doe dan dit mij weten:
wat voorbijging aan nood en leed is niet vergeefs geweest…

4 mei 1945. In hotel de Wereld, in het zwaar getroffen Wageningen, nemen prins Bernhard en generaal Foulkes de overgave van de Duitse generaal Blaskowitz in ontvangst. De oorlog is voorbij het is vrede. Nederland kwam behoorlijk beschadigd uit de oorlog, 92.000 huizen volledig verwoest en bijna 400.000 woningen die zwaar tot licht beschadigd waren. 800 kleine en 24 grote bruggen waren vernield. Ontmantelde fabrieken, geen treinen, geen wagens, geen fietsen, geen textiel en geen voedsel.

Direct na de oorlog probeerden mijn vader en zijn collega’s de natie weer van wat eten te voorzien. Ze werkten zeven dagen in de week, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, maanden achtereen. Mijn ouders kregen in die zelfde tijd een huis aangeboden op de Rijswijkseweg. Zij niet alleen, er waren meerdere gegadigden, dus wie het eerst kwam wie het eerst maalde. Mijn moeder toog, met twee kleine kinderen, naar het opgegeven adres en, tegenwoordig zouden we dat zoiets als kraken noemen, nam het huis in bezit. Dit ging niet geheel zonder slag of stoot. Het was niet anders. Mijn vader kon er niet bij zijn, vanwege zijn drukke werkzaamheden voor de voedselvoorziening.

Tienduizenden vrijwilligers melden zich ondertussen voor het leger, want de oorlog tegen Japan duurt onverminderd voort en Nederlands-Indië moet nog worden bevrijd. Op 6 augustus 1945 valt de atoombom op Hirosjima en drie dagen later een op Nagasaki. Japan tekent de volledige overgave op 14 augustus 1945. De Tweede Wereldoorlog is ten einde gekomen. Nederlands-Indië is vrij.

Op het balkon van de van Bylandtstraat – Den Haag  1947
bylandtstraat

In 1947 overleed de moeder van mijn vader, wat inhoudt dat ik geen van mijn beide oma’s heb gekend.

We zijn nu bijna aan het eind gekomen van de geschiedenis van de familie Kortland en de tijd waarin zij leefden. Ik hoop dat de lezer zich een beeld heeft kunnen vormen over een familie in een periode van zo’n 150 jaar, 1800 tot 1950.

Tot besluit

In het huis op de Rijswijkseweg ben ik op 1 juli 1949 geboren.

Mijn moeder en ik
jantje

Mijn ouders hebben daar tot 1984 gewoond. Toen ze op het punt stonden te verhuizen overleed mijn vader op 8 augustus. Hij werd slechts 67 jaar, zijn vader daarentegen, die in 1972 stierf, bereikte de respectabele leeftijd van 85 jaar.

Mijn vader die bij het ministerie werkzaam was, kreeg in 1955 een betrekking aan geboden bij MENEBA (Meelfabriek der Nederlandse Bakkerijen) te Rotterdam, die hij accepteerde. Terug naar zijn geboortestad. Hij kreeg daar de leiding over de afdeling inkoop. Na een glansrijke carrière ging hij in 1982 met pensioen.

Mijn tante Mien was in 1985 weduwe geworden en overleed zelf op 14 november 1997, op de leeftijd van 85 jaar.

Enkele jaren later namen mijn broers en ik, met onze echtgenotes en onze kinderen, afscheid van onze moeder, zij overleed op 5 mei 2000. Zij was 84 jaar geworden.

Jan Kortland 1949-2002

En helaas hebben we op 26 augustus 2002 ook afscheid moeten nemen van Jan Kortland, na enkele maanden van ziekte overleed hij onverwacht op 53-jarige leeftijd.

2 gedachtes over “Kortlandt – Korteland – Kortland

  1. Ik kan mij herinneren dat mijn vader een exemplaar had van het boekje van Aris Kortland uit 1970.
    Mijn grootvader staat (voor zover ik me kan herinneren) vermeldt in de paragraaf over de ‘O8’-tak .
    Het boekje is helaas spoorloos verdwenen.
    Weet U of er een PDF-file van dit boekje bestaat?

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s